Nawal Farih (CD&V) wil dat minister Frank Vandenbroucke (Vooruit) werk maakt van een statuut voor studenten verpleegkunde zodat hun onkostenvergoeding structureel wordt. Dat is ook zo overeengekomen in het regeerakkoord, maar de minister stelt zich daar vragen bij.
Sinds de opleiding voor de bachelor Verpleegkunde is uitgebreid van drie naar vier jaar, krijgen de laatstejaars een onkostenvergoeding. Dat laatste jaar bestaat vooral uit stage en de studenten ontvangen daar 1.000 euro voor. De eerste vergoeding dateert van 2020. Sindsdien hebben de studenten die wel telkens ontvangen, maar hing dat altijd af van ad-hocbeslissingen en wat discussies tussen de departementen Welzijn en Onderwijs. De laatste beslissing dateert van mei 2025 en geldt voor het academiejaar 2024-2025. Voor de huidige vierdejaars is er dus een nieuwe overeenkomst nodig. De laatste uitbetaling is gebeurd door het departement Zorg dat onder de bevoegdheid van welzijnsminister Caroline Gennez (Vooruit) valt.
Regeerakkoord
Ook in de vorige legislatuur zorgde het statuut al voor vragen in het parlement aan Vandenbroucke, niet alleen van CD&V. Frieda Gijbels (N-VA) – toen nog in de oppositie – was ook duidelijk voorstander. Bij de vorming van Arizona haalde het statuut zelfs het federale regeerakkoord. “Op ons initiatief”, zegt Nawal Farih.
“We onderzoeken samen met de deelstaten hoe we drempels kunnen wegwerken aan de hand van een statuut verpleegkundige in opleiding, zodat studenten verpleegkunde tijdens hun werkstage in het vierde jaar vergoed kunnen worden door middel van een onkostenvergoeding”, lezen we in het regeerakkoord. Maar of dat “onderzoeken” ook tot een statuut zal leiden, is minder duidelijk.
“Vandenbroucke toont in elk geval weinig interesse”, vindt Farih. “Nochtans hebben we tegen 2040 120.000 mensen extra nodig in de zorg. De opleiding moet daarom aantrekkelijker worden.”
Sneeuwbaleffect
De laatste keer dat Farih daar in de commissie een vraag over stelde, zei Vandenbroucke dat dit in september besproken is tijdens een interministeriële vergadering met de gemeenschappen en dat die dit verder zouden onderzoeken. “Het is belangrijk om rekening te houden met de gevolgen voor andere gezondheidsopleidingen die vergelijkbare maatregelen zouden kunnen vragen”, antwoordde Vandenbroucke die duidelijk vreest voor een sneeuwbaleffect.
Hij herinnerde Farih er ook aan dat studenten niet onder de federale bevoegdheid vallen en stak niet onder stoelen of banken dat hij geen fan is van dat statuut. “Ik weet volstrekt niet welk statuut we federaal zouden moeten creëren om toe te laten, of niet toe te laten, dat er een onkostenvergoeding wordt gegeven aan studenten”, zei Vandenbroucke.